Glas-in-lood — vooral in panden uit 1880 — 1930 — is vaak een sieraad. De gekleurde of geometrische patronen geven karakter dat moeilijk te vervangen is. Maar isolatietechnisch is het zelden goed.
Het isolatie-probleem
Glas-in-lood bestaat uit losse glasstukjes verbonden door loodprofielen. Het glas zelf is doorgaans enkel — dus Ug 5,8. Het lood verzegelt mechanisch, niet luchtdicht. Een glas-in-lood paneel kan dus zowel tochten als kou doorlaten.
Drie strategieën
Strategie 1 — Glas-in-lood behouden, voorzetraam erachter
Het originele glas-in-lood blijft. Een tweede paneel — bijvoorbeeld Fineo Standard — wordt erachter geplaatst in een aanvullend kozijn. Visueel verandert niets aan de voorgevel. Isolatietechnisch gaat de Ug van 5,8 naar ongeveer 1,2 W/m²K.
Voor: Maximaal karakterbehoud. Vergunningstechnisch eenvoudig.
Tegen: Het glas-in-lood blijft zelf niet isolerend; de combinatie is wel beter.
Strategie 2 — Glas-in-lood restaureren, Fineo voor de rest
Het glas-in-lood paneel wordt door een gespecialiseerd loodglasatelier opnieuw verzegeld en gefuseerd. De overige ramen krijgen Fineo. Goede oplossing wanneer het glas-in-lood beperkt is tot één raam.
Strategie 3 — Glas-in-lood vervangen door geïsoleerd lood-imitatie
Soms — alleen bij niet-historisch waardevol glas-in-lood — kan het hele paneel worden vervangen door een dubbele beglazing met decoratief loodwerk daartussen. Dit is zelden onze aanbeveling, maar bestaat als optie.
Welke past?
Voor een rijksmonument met historisch waardevol glas-in-lood is Strategie 1 vrijwel altijd de juiste route — behoud staat voorop. Voor een karakteristieke woning waar het glas-in-lood beperkt is tot één raam, kan Strategie 2 prima werken.
Welke partners?
Wij werken samen met gespecialiseerde loodglasateliers in Lisse, Amsterdam en Haarlem voor restauratiewerk. Daarna plaatsen wij Fineo voor de hoofdvlakken. Eén project, twee specialismen, één eindresultaat.
